22 oktober 2019

De roze kip of flamingo

Een smart omgevingsmanagement in de veranderende wereld.

POM-lunchlezing van 15 oktober 2019.

Begin september kreeg ik het verzoek een lunchbijeenkomst namens het Platform Omgevingsmanagement te organiseren. Enkele dagen na het verzoek was ik aanwezig op de lancering van de nieuwe BUNQ app. Deze app gaat over het vernuft van technologie bij het doen van bankzaken. Als bankzaken efficiënter kunnen door het gebruik van technologie, dan moet dat ook kunnen met het Omgevingsmanagement! Het onderwerp van de POM-lunchlezing was geboren. Om hier invulling aan te geven heb ik Charlotte Kempenaar – Vagevuur en Jan-Willem Wesselink benaderd om leden van het Platform Omgevingsmanagement te inspireren voor een toekomst van omgevingsmanagement in een veranderende, digitale wereld.

De verbonden jongeren

15 oktober, 11:45 uur: de mensen druppelen het kantoor van Task aan de Groenewoudsedijk 53 in Utrecht binnen. Daar vinden ze heerlijke broodjes voor het lunch gedeelte. Voor aanvang van het eerste deel van de lunchlezing is de zaal goed vol. Niet vreemd, want Task heeft een goede naam als het gaat om interessante lezingen op het gebied van Omgevingsmanagement. Ingrid Iding, gastvrouw namens POM, heet iedereen van harte welkom en nodigt ons uit in de in POM kleuren verlichte presentatiezaal. Jan-Willem Wesselink verzorgt de aftrap van de eerste lezing. Bevlogen en in een hoog tempo schetst hij een beeld van een verbonden stad, ook wel de Smart City genoemd. Hij illustreert dat aan het begin van zijn lezing met een foto van jongeren die op een boulevard zitten.

De verbondenheid van de stad komt onder andere tot uiting bij de toepassing van de snuffelfiets. De inwoners installeren meetinstrumenten op hun fiets en meten de luchtkwaliteit (redactie: deze methode is ontwikkeld bij Timelab Gent op basis van een kunstsubsidie). Samen met andere data kan het input leveren voor twinning. Bij twinning worden op basis van data de mogelijke oplossingen gemodelleerd, waardoor effecten van keuzes inzichtelijk worden. Aan de hand van al deze data kunnen op basis van algoritme (beleids)keuzes worden gemaakt. Na een discussie met de zaal of deze ontwikkeling invloed heeft op de rol van de omgevingsmanager luidt de conclusie, dat de digitalisering zich in de ‘pubertijd’ bevindt en het nog niet te laat is voor de input van omgevingsmanagers.

Online of offline

Na de conclusie van Jan-Willem is de beurt aan Charlotte Kempenaar. Zij neemt de zaal  mee in haar project Molenwijk Kiest. Eerst vertelt ze over de samenstelling van de wijk en hoe het projectteam Molenwijk Kiest de participatie heeft ingericht. De participatie is verdeeld in offline en online participatie, die complementair is aan elkaar. Juist het mixen van offline en online participatie blijkt erg goed te werken. Een belangrijk aandachtspunt hierbij is het taalniveau van de uitingen. Het projectteam Molenwijk Kiest heeft gekozen voor een taalniveau dat door de overgrote meerderheid van de bevolking in de wijk te begrijpen is: taalniveau B1. Taalniveau B1 kenmerkt zich door het gebruik van veel voorkomende woorden en korte, eenvoudige en actieve zinnen.

De presentatie over Molenwijk Kiest lokt bij omgevingsmanagers in de zaal de nodige reacties uit, maar daar weet Charlotte wel raad mee. Met de zogenaamde praatkip worden de reacties zorgvuldig geregisseerd: een pop in de vorm van een roze kip (of flamingo?) gaat van hand tot hand en alleen met de praatkip in de hand krijg je spreektijd. En dat werkt! Het valt op dat de omgevingsmanagers vooral willen weten hoe zij de ideeën van Molenwijk Kiest toe kunnen passen in hun eigen werk.

Interactie en keuzevrijheid

Kenmerkend voor deze lunchsessie is de efficiënte manier waarop presentaties en reacties van de zaal elkaar in korte tijd afwisselen. Zelfs tijdens de pauze worden de deelnemers aan het denken gezet: wat betekent de informatie uit de presentaties van Jan-Willem en Charlotte voor het eigen werk? De sprekers hebben vragen aan de zaal goed voorbereid en dat lokt discussie uit over:

  • De mate van verbondenheid in de wijk en de wens van stakeholders om al dan niet verbonden te willen zijn;
  • Technologie, interactieve participatie en omgevingsmanagement: in hoeverre kun je mensenwerk digitaliseren? En levert dit kansen op voor het eigen project?
  • Welke privacy-issues spelen in de slimme stad en zijn inwoners?

De antwoorden op  deze vragen zijn niet eenduidig, maar één ding is volstrekt helder. Charlotte Kempenaar en Jan-Willem Wesselink hebben de zaal met hun inspirerende verhaal duidelijk aan het denken gezet. De vragen en reacties uit de zaal zorgen ervoor dat de lunchsessie iets uitloopt, maar dat lijkt niemand erg te vinden: de sprekers worden beloond met een geweldige ovatie.

Na afloop discussiëren veel deelnemers informeel verder of gaan met stof tot nadenken naar een volgende afspraak. Het is in ieder geval nog lang onrustig gebleven op het kantoor van TASK!

Mocht je nieuwsgierig zijn naar het boek: Een slimme stad, zo doe je dat van Jan-Willem Wesselink, dan is het verkrijgbaar middels: https://future-city.nl/bestel-het-boek-een-slimme-stad-zo-doe-je-dat/

Quinten Atsma, junior omgevingsmanager, TASK

 

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

X